Afbeelding
16 september 2026

Lukas Vonk is gefascineerd door het menselijk lichaam

Eigenlijk wilde Lukas Vonk (genomineerde Schilderkunst 2026) schilder worden, maar op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag kwam hij er al snel achter dat ‘boetseren het leukste is dat er is’. “Ik vind het fijn om mezelf beeldhouwer te noemen, dat is ook lekker duidelijk”, zegt Vonk op een zonnig terras in het centrum van Oud-Rijswijk. Dat betekent echter niet dat hij zich hiertoe beperkt. “Ik werk ook met geluid en video. Ik gebruik alle tools die ik nodig heb om een verhaal te vertellen.”

‘Met mijn kunst wil ik de grijstinten van de mens laten zien’

Na zes Haagse jaren heeft Lukas in september de Hofstad verruild voor de stad van Manneken Pis, wafels en het Europees Parlement: Brussel. Een klein beetje pijn doet dat wel, maar hij heeft vooral veel zin in dit nieuwe hoofdstuk. “Ik ga in de avond psychologie studeren aan de Vrije Universiteit en heb ook al een gratis atelier gevonden via een vriendin. Haar baas heeft een aantal lege panden, die kunstenaars mogen gebruiken.” Hij kijkt ernaar uit om veel, nieuw werk te maken. Zo komt er een groot project aan. “Maar daar kan ik nu nog niet over uitweiden”, zegt hij mysterieus.

‘Zonder restricties voel ik mij verloren’ 

De 24-jarige beeldhouwer is gefascineerd door het menselijk lichaam. “Dat is altijd mijn vertrekpunt.” Bij elk project dwingt hij zichzelf om bepaalde gereedschappen te gebruiken. Voor zijn afstudeervoorstelling My Freak, Needs a Freak, To Look Down Upon was dat ‘gereedschap’ een massagepistool. Het zaadje voor dit idee werd geplant toen hij een tijdje in Tokio (Japan) studeerde. “We moesten veel werken met modellen die voor ons poseerden. Die namen vaak traditionele poses aan, die eigenlijk niet vol te houden waren. Tussentijds masseerde een van de modellen zichzelf met een massagepistool. Dat vond ik een mooi contrast; het perfecte lichaam is ook een lichaam van vlees en bloed, dat pijn ervaart.” Lukas zoekt altijd contrasten op in zijn werk en legt zichzelf bij ieder project nieuwe regels op. “Zonder restricties voel ik mij verloren. Gek genoeg zorgen die regels, die ik mijzelf opleg ervoor dat ik me vrijer voel als kunstenaar.”

Zelf materiaal maken

Met de beeldenserie ‘freaks’ won hij in 2025 de Heden Startprijs van de Haagse kunstinstelling Heden. Hij maakte zelfs zijn eigen materiaal van lijnzaadolie, naaldbomenhars en kalkpoeder. Hierdoor ontstond een materiaal dat lijkt op stopverf. “Ik wilde een materiaal gebruiken dat ik direct kon boetseren”, vertelt Lukas. In de werkplaats van de KABK experimenteerde hij volop tot hij het juiste materiaal had gevonden. “Door het massagepistool te gebruiken kreeg ik ook imperfecte structuur op de beelden zelf; een structuur die je met mensenhanden niet kan krijgen. Door het massageapparaat wordt het geboetseerde lichaam dusdanig hervormd dat het niet efficiënt meer is.” 

Passie voor kunst

Lukas komt uit een creatieve familie. “Mijn oma leefde voor de kunst en mijn vader is politiek tekenaar voor kranten als Trouw en De Limburger. Ik zag bij hem hoe onvoorspelbaar het kunstenaarschap kan zijn.” Toen hij vertelde dat hij naar de kunstacademie wilde, waren zijn ouders dan ook niet laaiend enthousiast. “Het werd altijd eerder ontmoedigd. Ze wezen mij op de risico’s. Soms rinkelde de telefoon weken niet bij mijn vader. Toch was er voor mij geen andere keuze; dit was het enige dat ik wilde doen. Daar heb ik geen moment over getwijfeld.” 

‘Midden in de samenleving’

Naast het kunstenaarschap gaat Lukas zich tijdens zijn studie in Brussel ook verdiepen in de psychologie van de mens. Hij sluit een combinatie van het kunstenaarschap en een eigen psychologenpraktijk in de toekomst niet uit. Zijn moeder heeft ook een eigen praktijk aan huis. Dat fascineerde hem als kind mateloos en heeft hem ook gevormd. “Wat er werd besproken was natuurlijk strikt geheim, maar aan de keukentafel hadden we wel levendige gesprekken over empathie en zaken als slachtoffer en daderschap en dat het vaak niet zo zwart-wit is.” Zijn moeder was wel verbaasd over de studiekeuze. “Ze vond het een gekke wending, omdat het op kunstgebied zo goed gaat, maar het lijkt me een mooie combinatie. Juist omdat het kunstenaarschap een heel geïsoleerd bestaan is. Bovendien wil ik mezelf als kunstenaar midden in de samenleving plaatsen en niet alleen opsluiten in een studio. Ik wil de mens ontmoeten en niet maar naar mijn eigen navel blijven staren. Door psychologie te studeren wil ik mezelf intellectueel blijven stimuleren en die kennis en inzichten als input gebruiken om kunst te maken die tot in de haarvaten van de samenleving sluipt.”

Ode aan freaks

Lukas wil niet alleen ‘kunst maken om het kunst maken’. “Voor mij is kunst maken een manier om informatie te verwerken.” My Freak, Needs a Freak, To Look Down Upon ziet hij als een soort eerbetoon aan de freak. “Ik stel mij een ladder voor met freaks, een soort buitenstaanders, die naar elkaar kijken en zeggen ‘nee, jij bent een freak.’” De schilderkunstgenomineerde vindt zichzelf ook wel een beetje een freak. “Vroeger voelde ik mij vaak een buitenstaander, maar nu weet ik dat iedereen zich wel eens zo voelt. Ik moet zeggen dat einzelgängers mij ook aanspreken; daar heb ik wel sympathie voor.” 

‘Mooi als mijn werk emotie oproept’

Na het winnen van de Heden Startprijs kreeg de beeldhouwer de kans om voor Theater Amare in Den Haag een kunstwerk in de openbare ruimte te maken: Sway. Dat is een beeldeninstallatie van porseleinen voeten in wasbakken die ronddraaien. “Het is een eerbetoon aan de rafelranden van het nachtleven. Op de dansvloer komen alle soorten mensen samen. Sway is ook de naam van een homocafé in Maastricht waar ik vaak kwam en mezelf kon zijn.” Lukas vindt het mooi als zijn werk emotie oproept. “Of dat nou ongemak is of dat mensen erom moeten lachen. Dat maakt mij helemaal niets uit. Met mijn kunst wil ik de grijstinten van de mens laten zien: dat is mijn doel.” Het liefst maakt Lukas kunst voor de openbare ruimte. “Die is toegankelijk voor iedereen en spreek mij meer aan dat de witte kubus in een galerie.” 

Tekst: Tanja Verkaik
Foto: Bente Hauzendorfer 

Lees meer