Minnie Fawcett-Tang: ‘Er zit zoveel ambiguïteit in kunst, zelfs wanneer die figuratief is’
De nominatie voor de Piket Kunstprijzen (categorie Schilderkunst) was een totale verrassing voor Minnie Fawcett-Tang. Teruggetrokken in haar kunstacademie-bubbel en onzeker over het leven na haar afstuderen, zag ze de nominatie aanvankelijk als “onwerkelijk”. Inmiddels is ze blij met het besef dat de financiële steun, of ze nu wint of niet, haar de gemoedsrust zal geven om werk te maken voor de exposities die op stapel staan. En trouwens: “Ik heb al mijn afstudeerwerk verkocht!”
Oververzadiging
Waarom die onzekerheid en die behoefte aan een bubbel? “Ik denk dat veel mensen van mijn generatie gewoon verlamd zijn door vrijheid en oververzadiging. Er is zoveel dat je kunt doen en zijn en ook zoveel dat je ‘zou moeten doen’. Maar je kunt niet alles doen, dus uiteindelijk doe je niks. En je kunt biologisch eten en toch het gevoel hebben dat je het verkeerd doet. Dat maakt dat ik me terugtrek in mijn bubbel en me laat opzuigen door mijn werk. Ik schilder heel intensief, urenlang, drink veel koffie en vergeet om te eten. Dan kan je eindeloos door, het is een soort trance. Als het intuïtief wordt, dan kan het moeiteloos gaan. Maar het is ook uitputtend.” Toch is ze er zich terdege van bewust dat het bijna obsessief verkennen van eindeloze mogelijkheden ook iets heeft van, wat ze zelf noemt, ‘een andere vorm van doemscrollen.’ “Je beweegt je van de ene toestand naar de andere. Van de ene overstimulatie naar de andere”, zegt ze. : “Er zit zoveel ambiguïteit in kunst, zelfs wanneer die figuratief is.”
Japan
In 2024 ging Minnie , gebruikmakend van het Erasmus uitwisselingsprogramma, voor studie naar Japan. “Ik ging erheen om te ontdekken hoe Japanse kunstenaars het evenwicht bewaren tussen traditionele kunst en het hoge tempo van de maatschappij. Ik kwam er snel achter dat het in Japan zo is: als je iets doet, dan doe je dat ene ding. Ik studeerde houtsneden maken en keramiek en ik wilde weten hoe je Japans papier moest maken. Maar het viel niet mee om de steun en de gelegenheid te krijgen om al die verschillende dingen te doen. Ze verwachtten absolute focus. Maar als je aanhoudt en duidelijk maakt wat je wilt en waarom je dat wilt, dan kom je er wel. Uiteindelijk maakte ik veel meer werk dan voor de afronding van het programma vereist was. Dat geldt trouwens ook voor andere Haagse studenten die daar toen waren, onder wie mijn mede-genomineerde Lukas Vonk. Haagse studenten zijn krankzinnig, unhinged. Ze werken zo hard.”
Portretten
Veel van Minnies werken zijn portretten. “Portretten gaan over menselijke interactie. Ik vind het leuk om naar de wereld te kijken. Ik ga graag naar kunstbeurzen bijvoorbeeld, niet alleen vanwege de kunst, maar ook om de interactie te observeren. Hoe het allemaal samenkomt; kunstenaars, galeriehouders, critici, kopers, studenten: het is een jungle. Maar ik heb ook veel zelfportretten geschilderd. Ik heb mezelf honderden keren getekend. Als je iets wilt schilderen dat echt is, dan moet je het abstraheren. Ik heb mezelf zo vaak geabstraheerd dat ik niet meer weet hoe ik eruitzie. Ik zet het doek op z’n kant of draai het ondersteboven om tot iets te komen dat herkenbaar is, maar niet helemaal.”
Tijdens de COVID-periode schilderde ze een serie van, wat ze noemt, ‘portretten van wasbakken’. En eigenlijk ging dat ook over interactie. “We kregen het advies om vaak onze handen te wassen, dus ontwikkelden we een nieuwe relatie met onze wasbak. Via Instagram vroeg ik mensen om mij een foto van hun wasbak te sturen. Uiteindelijk maakte ik 36 intieme portretten van wasbakken.” Minnie werkt meestal vanuit polaroidfoto’s, vanwege hun kleuren en het ontbreken van filters. “Ze hebben iets dromerigs”, zegt ze. “De kleuren zijn raar, maar op de een of andere manier toch echt. Ik herinner me altijd wat ik dacht toen ik de foto nam.”
Wat als…?
Minnie is geboren in Londen, maar haar moeder is Deens. Tijdens COVID onderbrak ze haar studie in Den Haag en verhuisde naar Denemarken, maar toen het voorbij was, kwam ze meteen weer terug. “Ik vind de Deense kunstwereld heel gesloten. Hier in Den Haag is het heel internationaal, heel divers, echt stimulerend. Het is veel vruchtbaarder om hier te blijven.” Minnie maakte de deel uit van de Best of Graduates groepstentoonstellingen in Den Haag in galerie Paradise en bij Galerie Ron Mandos en er staat ook nog een en ander op stapel. In Amsterdam heeft ze een solo show in het Universitair Medisch Centrum en er is ook werk van haar te zien in de Melkweg en tijdens Signal ’26. Haar werk maakt ook deel uit van de expositie State of the Art 2026 van Stichting Tiny V in Kunstruimte De Melkfabriek in Den Bosch.
Wat zou ze doen als ze de Piketprijs in haar categorie won? “Ik zou het geldbedrag gebruiken om de huur van de studio te betalen en materiaal te kopen, de praktische dingen van het kunstenaarsleven, de dingen die me in staat stellen te doen wat ik wil doen.” Tijdens Minnies laatste maanden aan de KABK, probeerden haar ouders, met de beste bedoelingen, haar voor te bereiden op de harde realiteit van het kunstenaarsleven; de leegte die ze zou voelen na de academie, het feit dat ze haar eigen weg zou moeten vinden in de wrede kunstwereld en voor zichzelf zou moeten zorgen. Destijds maakte dat haar alleen maar onzekerder. Nu kan ze heel rustig zeggen dat ze, waar het om de toekomst gaat, geen grootse vergezichten heeft. Ze wil gewoon werken en iets van een gezinsleven hebben met haar partner, ook kunstenaar, en de cockerspaniel pup die ze uit Roemenië hebben meegebracht en die echt nog manieren moet leren.
This article is also available in English.
Tekst: Anna Beerens
Foto: Eliza-Sophie Sekrève